Blijf op de hoogte

Vul onderstaand formulier in om je in te schrijven voor de nieuwsbrief.

‘Er wordt te weinig nagedacht over de vraag: wat is het probleem?’

Interview Harry ter Braak & Alinda van Bruggen

Beginselen van behoorlijk organiseren: ‘Er wordt te weinig nagedacht over de vraag: wat is het probleem?’

Wie een goedwerkend publiek domein wil, moet beginnen bij de organisatie. Dat zien Alinda van Bruggen en Harry ter Braak, adviseurs voor het publieke domein en auteurs van Behoorlijk Organiseren dat 12 mei bij Verhaal met Impact verschijnt. ‘Het barst van de oplossingen in het publieke domein, maar de vraag “wat is het probleem?” wordt te weinig gesteld.

Door Cyrine Beune

Wat zijn beginselen van behoorlijk organiseren eigenlijk?

Alinda: ‘We waren al langer met dit idee bezig. Er bestaan natuurlijk al beginselen voor behoorlijk bestuur. Die bieden een erkend kader voor wat de burger van het bestuur mag verwachten en beschermen de individuele burger tegen onrechtvaardig, onzorgvuldig of onevenredig overheidshandelen.’

‘De beginselen van behoorlijk organiseren gaan over de organisatie zelf. Je kunt die zien als een kader voor wat de samenleving van de overheid mag verwachten als het gaat om de inzet van publieke middelen voor maatschappelijke opgaven. Het is eigenlijk collectiever dan de beginselen van behoorlijk bestuur: een behoorlijk georganiseerd publieke domein gaat ons allemaal aan.’

Harry: ‘We kunnen tal van voorbeelden noemen waarbij publiek geld verspild is door onbehoorlijke organisatie. Geen krant die erover schrijft, het valt niet op, aan de oppervlakte. Daarom juist is het belangrijk dat we afspraken maken met elkaar over hoe we behoorlijk organiseren.’

Dus jullie dachten: iemand moet die beginselen eens definiëren, want ze bestonden nog niet. Wat maakte dat jullie zagen: dit boek moet geschreven worden?

Alinda: ‘In mijn werk kom ik vaak medewerkers van organisaties tegen die ontzettend betrokken en gemotiveerd zijn. Tegelijkertijd lopen ze tegen dingen aan in de organisatie: ze zien dat het niet goed gaat, maar het goed bespreekbaar maken lukt ze niet en dat frustreert hen. Dit is nu eenmaal hoe het hier gaat, krijgen ambtenaren en andere medewerkers vervolgens te horen, als ze het probleem aankaarten. We willen met de beginselen een kader én taal aanreiken aan iedereen in het publieke domein. Dan kun je tenminste benoemen: op dit punt gaat er iets fout.’

Harry: ‘Het barst van de oplossingen in het publieke domein, maar de vraag ‘wat is het probleem?’ wordt te weinig gesteld. Voor dat niveau is gemiddeld genomen weinig aandacht. Bij problemen zoeken we vaak naar een zondebok, iemand die kan vertrekken, maar het echte probleem ligt vaak dieper. Dat probleem bevindt zich vaak op organisatorisch niveau: hoe is de organisatie gestructureerd, wat is de cultuur? Maar zo simpel is het niet. Het boek helpt bij de noodzakelijke reflectie. [Glimlachend] Mensen in het publieke domein voor wie ik heb gewerkt zeggen: Harry doet niet wat je zegt, maar wel wat je bedoelt.’

De problemen bij de wortels aanpakken in plaats van aan symptoombestrijding doen dus. In de media gaat het regelmatig over misstanden waarbij de overheid publieke middelen verkeerd inzet. Waar zien we in de actualiteit een gebrek aan behoorlijke organisatie?

Alinda: ‘Een goed voorbeeld is dat DigiD in handen dreigt te komen van de Verenigde Staten. Daar kun je politiek van alles van vinden, daar gaan onze beginselen niet over. Waar ze wél over gaan is dat de overheid het zo heeft ingericht dat ontzettend veel communicatie met burgers via DigiD loopt. Als je dat niet meer in eigen beheer hebt, dan lopen burgers risico. Als overheid wil je waarborgen dat je grip houdt op zulke zaken.’

Harry: ‘Als we willen kunnen we tien uur praten over actuele misstanden die komen door een gebrek aan behoorlijke organisatie. Afgelopen jaren hebben we affaires gehad waarbij je goed kunt aanwijzen bij welke beginselen het mis is gegaan. Alleen: dat gebeurt dus niet. Journalist Sheila Sitalsing, die ook op de kaft van ons boek staat, schrijft veel over dit soort affaires. Hoe kan dit telkens zo fout lopen, vroeg ze zich af. De beginselen geven inzicht in hoe dat mogelijk is, ook aan journalisten.’

Hoe is jullie boek opgebouwd?

Harry: ‘We beginnen elk hoofdstuk met een casus over een fictieve organisatie die een veelvoorkomende situatie meemaakt. Vervolgens leggen we het beginsel uit en koppelen we dit aan bestaande literatuur. We eindigen elk hoofdstuk met praktische handvatten en drie reflectievragen die helpen het beginsel te koppelen aan de eigen praktijk.’

Twee jaar werkten jullie samen aan het boek en hoewel jullie vaker samenwerken is een boek schrijven best intensief. Hoe was dat voor jullie?

Alinda [Lachend]: ‘Als het niet leuk was geweest hadden we het waarschijnlijk niet afgekregen. We hebben het natuurlijk naast ons gewone werk en andere verplichtingen geschreven, dus dat het er nu ligt is een teken dat we er lol in hadden. Elke keer ontdekten we weer nieuwe facetten in de beginselen die we uitschreven, dat was een hele leuke ontdekkingstocht.’

‘Wat goed werkte was dat we een prettige rolverdeling hebben gekozen. Ik schreef op basis van onze gesprekken de algemene lijn over de beginselen op, terwijl Harry de literatuur in dook om te kijken wat er over geschreven is. Dat kan hij als geen ander, als ervaren boekenrecensent. Hij is een soort wandelende bibliotheek.’

Harry: ‘Het beeld wordt pas echt mooi als schuren polijsten wordt, zegt mijn vrouw, die beeldhouwer is, weleens. Zo voelde het ook om dit boek te schrijven. In het begin is het ruw schuren en is het uitdagend om te zien wat het wordt. Met de tijd komt het beeld tevoorschijn en kun je gaan polijsten en wordt het beeld dus pas echt mooi.’

‘We hebben in het manuscript zelfs nog een keer “geschuurd”: we vonden één beginsel tóch niet de juiste naam hebben. Zo is het gekomen dat we de naam van dat beginsel hebben aangepast.’

Een boek schrijven is ook een creatief proces. Wat inspireert jullie?

Harry: ‘Het publieke belang heb ik altijd centraal gesteld en drijft mij. Het is natuurlijk leuk als je zelf een goede carrière hebt en leuke dingen doet, maar voor mij hangt dit altijd samen met de diepere overtuiging dat je samen tot meer komt. Mensen wier wieg op een minder gunstige plek stond, mogen van mij verwachten dat ik een stapje meer zet om bij te dragen.’

Alinda: ‘De vraag hoe we het collectief belang organiseren en dan vooral voor de mensen die dat het hardst nodig hebben, heeft mij ook altijd al beziggehouden. Het raakt me dat de mensen in een organisatie vaak hun stinkende best doen, tot ‘s avonds laat doorwerken. Ze willen het goede doen, maar dat lukt niet altijd, juist door hoe de organisatie in elkaar steekt. Die frustratie voel ik ook. En dat is ook inspiratie: dit moeten we toch samen beter kunnen doen?’

Welke boodschap willen jullie meegeven aan de lezer?

Harry: ‘Als je tegen een probleem aanloopt in je organisatie, denk dan niet meteen dat dát het probleem is. Meestal is er een onderliggend probleem.’

Alinda: ‘Daar kan ik me alleen maar bij aansluiten.’

Wie zou jullie boek zeker moeten lezen?

Alinda [Lachend]: ‘Iedereen natuurlijk!’

Harry: ‘Uiteraard, het enige goede antwoord!’

Alinda: ‘Het liefst zou ik willen dat iedereen uit het publieke domein in elk geval in aanraking komt met het boek, dat eindverantwoordelijken het boek lezen en erdoor geïnspireerd raken en dat medewerkers taal vinden voor wat ze voelen. Het boek geeft woorden aan wat zij voelen. Ik hoop dat zij het boek in elk geval eens doorbladeren. En dat mensen dit zien als aanzet om na te denken over de beginselen.’

Harry: ‘Kortom: dat het een bijdrage is waar men iets mee kan in de praktijk.’

Behoorlijk organiseren verschijnt 12 mei bij Verhaal met Impact