Leuk leren lezen met de pretletters van Laura Gerritsen

Leren lezen gaat een stuk beter als het leuk is. Dat is geen onbelangrijke constatering, nu onlangs weer bleek dat het slecht gesteld is met het leesniveau én het leesplezier van kinderen in Nederland. Laura Gerritsen (74) weet als geen ander hoe je kleuters letters kunt leren, op een vrolijke, vrije en speelse manier. Van haar nieuwe boek Het 111 dieren abc spat de taalpret af. Welke woorden beginnen allemaal met dezelfde letter en welke zinnetjes kun je daarmee bouwen? Dat is niet alleen een heel gezellige zoektocht, maar ook een belangrijke. Want wie de woorden heeft, heeft de wereld.

Tekst Peper Hofstede 

Het is het mooiste vak ter wereld, vindt ze nog altijd. 34 jaar lang stond Laura Gerritsen voor de klas. En dan het liefst bij de kleuters, want die zijn zo heerlijk onvoorspelbaar. ‘Ik heb ook wel bij andere basisschoolklassen gestaan, maar dat is toch anders. Kleuters zijn nog heel erg onbevangen. En je ziet ze groeien: ze worden steeds iets wijzer, iets socialer, ze krijgen het steeds wat meer naar hun zin. Het is echt het heel mooi om daar een steentje aan bij te kunnen dragen.’

Bovendien is het de leeftijd waarop de fundamenten voor het leren lezen en schrijven worden gelegd. ‘Niet alle kleuters hebben vanzelf evenveel taalgevoel of pakken het even makkelijk op. Maar bijna alle kinderen zijn wel nieuwsgierig naar taal.’ Dat ijzer kun je maar beter smeden als het heet is: letters leren en ermee kunnen spelen is iets wat toch vooral heel erg leuk moet zijn. ‘In de klas was dat altijd enig. Dan besteedden we rond Sinterklaas bijvoorbeeld aandacht aan woorden met de letter S en mocht iedereen iets van huis meenemen dat met de S begon. Vanuit daar gingen ze als vanzelf door associëren op andere woorden met de S. Je ziet ze spelenderwijs leren en sprongen maken.’

Met zulk mooi werk vond Laura het oprecht jammer om met pensioen te moeten gaan. Omdat het bloed nu eenmaal kruipt waar het niet gaan kan, besloot ze eind 2019 aan een cursus Prentenboeken maken te beginnen. ‘We deden hele leuke, inspirerende opdrachten. Bijvoorbeeld toen iedere cursist een hoofdstuk van Roodkapje onder z’n hoede nam. Dan maak je samen een heel nieuw en gevarieerd boek. Heel grappig om te merken was dat de jongere deelnemers veel meer gewend waren om digitaal te werken, terwijl zij op hun beurt verbaasd waren dat ik alles met de hand deed.’

Vrije vorm

En dan het liefst ook nog uit de losse pols, merkte ze tijdens de cursus, want ook hier bleek haar voorkeur voor het spontane. ‘Ik had tot dan toe alles geknipt, maar dat werd zo steriel. De leraar moedigde me aan om ook eens te scheuren. Toen werd het ineens wat ik bedoelde! Een stukje scheuren en je hebt een buik, nog eens en je hebt vier pootjes, teken een lijntje eromheen en je hebt een varkentje.’ De vorm van een scheursel laat zich niet helemaal vangen: wat het moet worden, is toch vooral een kwestie van je fantasie gebruiken – alsof je naar de wolken tuurt. ‘Het voelde echt als een ontdekkingsreis, op een manier waarop kinderen ook ontdekken wat ze leuk vinden.’

Na een les of acht, brak corona uit en stopte de cursus. Zuur natuurlijk, maar het vuurtje was aangestoken bij Laura. En de coronatijd leverde ook iets op: een nieuw inzicht. ‘Een winkel instappen om papier te kopen, dat ging niet. Maar we hadden wel thuis een krant, en de buren ook. Wij de Leeuwarder Courant, zij de NRC. Nadat we beide kranten uit hadden, mocht ik ze houden om eruit te scheuren. Steeds als ik wat bruikbaars tegenkwam begon ik te scheuren, en borg ik de vangst voor die dag op in een map, voor een nader te bepalen doeleinde. Nu voelt regulier papier ineens te effen, te glad.’

Met een plakstift van de supermarkt en een paar pennetjes was haar gereedschapskist compleet. Voor de inhoud van haar prenten kon ze putten uit decennialange ervaring. ‘Zoiets als een zwemdiploma halen of je tanden wisselen: het is onvoorstelbaar hoeveel indruk dat op kleuters maakt.’ Bijna als vanzelf ontstonden daar versjes bij om de scheurseltekeningen te complementeren.  Zo ontstond haar eerste boek: Wat me nu is overkomen, met veertig versjes die uit het kleuterleven gegrepen zijn, met die prachtige prenten erbij.

Maar daarna volgde natuurlijk het onvermijdelijke en welbekende zwarte gat. ‘Ik zat met een opgeruimde tafel, nog voldoende inspiratie én een map vol scheursels die daar nog altijd doelloos lagen te wachten op… iets.’ Dat doel, vond Laura, kon best boek nummer twee zijn.

Van a tot z

Maar wel iets heel anders dit keer! Een boek waarmee je als juf voor de klas of als opa, oppas of mama op de bank ruim baan kan geven aan de leergierigheid van kleuters. Met haar letterlessen nog fris in het geheugen wist ze dat het een abc-boek moest worden. ‘En dan op basis van alliteratie, want volgens mij bestond dat nog helemaal niet.’ Terwijl de hang naar allitereren wel bij de meeste mensen – klein en groot – zit ingebakken. ‘Maak jij deze zin maar eens af: Leentje leerde Lotje… Alle mensen die ik hiernaar vraag kunnen zó de rest van de zin opdreunen.’

Ruimte en houvast

Het ritme van zo’n zinnetje wordt ook wel de kleuterdreun genoemd. Die hoeft niet per se te allitereren, maar het helpt wel. Alliteratie geeft houvast bij het leren van taal. ‘Op een gegeven moment voel je bij een kind dat er een interesse ontstaat in lettertjes. Dat kun je zelf ook een beetje sturen en stimuleren natuurlijk. Leer ze ‘Leentje leerde Lotje lopen’ opzeggen en vraag eens wat ze nu precies horen. De meeste kinderen vinden dan echt wel uit dat alles met de L begint. Dat is de basis geworden van mijn tweede boek.’

Want iedere letter van het alfabet wordt geïllustreerd met de scheurselprenten, maar ook met korte zinnetjes en losse woorden. Die geven heel veel ruimte om met elkaar te praten en zelf je fantasie de vrije loop te laten. Over de goudvis die gisteren geweldig gezwommen heeft en voor goud ging bijvoorbeeld. Of over Roosje, die met haar rode regenjas en rode rugzak wel op Roodkapje lijkt. De losse woordjes die iedere letter begeleiden, kun je laten rondzingen in je mond: op die manier wil je niet anders dan het hele alfabet laten klinken en ermee spelen. ‘Je hoeft de afzonderlijke letters niet eens te benoemen. Laat het maar een ontdekking zijn.’

Een extra handvat in die ontdekkingsreis zijn de 111 dieren die in het boek verstopt zitten. ‘Ook daar kun je goed mee associëren. Als je in het boek een lammetje hebt gevonden en hebt vastgesteld dat die met de letter L begint, kun je ook vragen welke dieren er nog meer met die letter beginnen. Of wat het lammetje doet dat ook met een L begint – lopen of luiwammesen of lachen en ga zo maar door. En het is gewoon leuk om naar de dieren te zoeken en ze te tellen natuurlijk. Als een kind van 4 of 5 jaar oud al zoveel dieren kent, is dat echt heel knap.’

Verbinding met de wereld

Veel van de zinnetjes en beelden resoneren in het dagelijkse kleuterleven. Neem Fokko en Fem met frietjes en feestmuts en je zit direct op een kinderverjaardag. Of mama die op maandag macaroni maakt. ‘Het leukste is om dat dan ook echt een keertje te doen. En als  je daarna een keer zegt dat mama op maandag soep maakt, is er altijd wel een slimmerik bij die direct roept dat soep niet met de M begint. Of neem een fiets met een fietsbel en een fietszadel en een fietsstuur. De alliteratie geeft houvast bij het onthouden en benoemen. Zo zie je gaandeweg de taalvaardigheid van je kind ontwikkelen en verruimen.’

Dat is van groot belang voor een gevoel van verbinding. Dat je woorden kunt geven aan de wereld om je heen en je gedachten daarover met anderen kunt delen. ‘Daarom heb ik ook extra opgelet dat het voor ieder kind toepasbaar en toegankelijk is. Ik vind het belangrijk dat alle kinderen zich betrokken voelen en hun verhaal kunnen doen. Dat het niet uitmaakt of je wel of niet je zwemdiploma hebt of dat je Annelies of Ahmed heet. In die zin is het een universeel boek, niet gebonden aan een plaats of zelfs een tijd.’

Pretletter

‘Uiteindelijk draait het om zelfvertrouwen en plezier’, zegt Laura. ‘Het vertrouwen dat je taal kunt leren en dat dat leuk is en dat je met de handvatten die je krijgt aangereikt, zelf ook nieuwe dingen kunt verzinnen. Als je kind dingen aan jou wil gaan uitleggen, jou een versje of een zinnetje wil leren, dan zit je op de goede weg.’ Het is ook dat zelfvertrouwen dat kinderen meenemen in hun latere leescarrière, als ze boekjes en boeken gaan lezen en later begrijpend lezen als vak krijgen.

Omdat de kleuterwereld haar oneindige interesse heeft, werkt Laura nu aan haar derde boek. Ook hier kiest ze voor de kracht van het onverwachte. De precieze insteek houdt ze liever nog even geheim, maar één ding is zeker: ‘Ik scheur voorlopig nog lekker door!’